06 April 2017

Vive Le Geus

Laten wij afspreken dat wij 'orangist' noemen: iedereen die Willem I verkiest boven Leopold I. 'Willem van Oranje boven Alva' zou al te gemakkelijk zijn, maar 'Willem versus Leopold' is toch niet helemaal evident. De eerste was een ancien-régime figuur, terwijl de tweede door een zeer moderne grondwet gekortwiekt werd. (Beiden zijn ook lutheraan geweest, maar enkel de tweede is het tot op zijn sterfbed gebleven.)

De meeste flaminganten zijn orangisten, want ik ken er weinig die Leopold I zouden verkiezen boven Willem I. Dat is ooit anders geweest, en Guido Gezelle (uitgerekend geboren in 1830) was een van diegenen die het Noorden afwezen op louter godsdienstige gronden. Die tijd ligt ver achter ons, en zelfs de katholieke Willy Vandersteen, geestelijke vader van Suske en Wiske, kiest in zijn Tijl Uilenspiegel ondubbelzinnig de kant van de geuzen.

Vele orangisten daarentegen, vooral vrijzinnigen, zijn niét flamingant. De Vlaamse Beweging bekijken zij (in het beste geval) argwanend, maar de sympathie voor Willem van Oranje, Marnix van Sint Aldegonde, de geuzen enzovoort, is groot en uitgesproken. Enkele voorbeelden: de Vrije Universiteit Brussel, die de prinsenvlag oranje-blanje-bleu en de bedelzak van de geuzen in haar schild voert, het vrijzinnig studentengenootschap 't Zal wel gaan idem dito, en de socialist Luc Van den Bossche, die als bevoegd minister een Orde van de Bedelzak wou instellen, maar teruggefloten is. Een vrijzinnige kan dus probleemloos als orangist uit de kast komen (Tobback sr., bijvoorbeeld), maar als flamingant doet hij dat niet ongestraft (Siegfried Bracke, bijvoorbeeld).

Vrijzinnige zangers, met uw correspondent op de eerste rij
Laten we dus maar uitgaan van de vaststelling dat Vlaanderen veel meer orangisten dan flaminganten telt. Om dat potentieel te benutten, en alle Vlamingen van goede wil te verenigen, zou men een orangistische symboliek moeten vinden waarin de strikt Vlaamse symboliek vreedzaam kan opgaan. Concreet betekent dit dat de Vlaamse Leeuw (vlag en lied) niet centraal zouden mogen staan. (N.B. Ik geef dat als strategie, niet als mijn eigen voorkeur.)


Vlag

Bij wijze van gedachtenoefening heb ik de prinsenvlag oranje-blanje-bleu beladen met de wapenschilden van het graafschap Vlaanderen, het hertogdom Brabant, en het hertogdom Limburg, in geografische volgorde van links naar rechts. Ik heb de schildvorm gekozen die in de Nederlanden gebruikelijk was in de 15de eeuw (zie b.v. T. Veyrin-Forrer, Précis d'Héraldique, Larousse 2004, Tableau 1, nr. 13). In die tijd was het heraldisch gebruik om een leeuw tong en nagels van een andere kleur te geven al volledig ingeburgerd. Alleen al om die technische reden is de Vlaamse leeuw in mijn ontwerp niét volledig zwart. Dat hij zich daardoor onderscheidt van de leeuw van de Vlaamse beweging is meegenomen (nogmaals: dit is een strategie, niet mijn overtuiging). Omwille van de symmetrie heb ik de kroon en de gevorkte staart van de Limburgse leeuw weggelaten.




Persoonlijk vind ik oranje een zeer lelijke kleur, een soort grafische dissonant, die om oplossing in de ene of de andere richting vraagt. Nu, het is wat het is, en de prinsenvlag is mij heilig. Mijn vlag zou geweldig verbeteren als zij maar met één wapenschild beladen was, maar de drie schilden beantwoorden veel beter aan de provinciën (17, later 7) uit die tijd. Vanuit hedendaags standpunt zou men de Vlaamse leeuw als enige representant van de Vlaamse gemeenschap moeten kiezen en centraal stellen, maar dat brengt ons bij de beginproblematiek terug: liever niet (nogmaals: dit is een enz.). Historisch is er overigens meer te zeggen ten gunste van de Brabantse leeuw. Brabant was in die tijd veruit het sterkste gewest, en de opstandige Staten-Generaal, die in Brussel zetelden, gebruikten zelfs het zegel van Brabant zolang hun eigen zegel niet klaar was. Ook grafisch zou de prinsenvlag beladen met alleen het wapen van Brabant, als incarnatie van de Zuidelijke Nederlanden, zeer sterk zijn. Het ontwerp hierboven is dus een sub-optimaal compromis tussen verschillende afwegingen.



Lied

Wat het lied betreft, mijn persoonlijke voorkeur is die van velen: de ijzersterke zesde strofe van het Wilhelmus (Mijn schild ende betrouwen...). Het Wilhelmus hóórt bovendien gewoon bij de prinsenvlag.

Degenen die zich—anders dan ik—eraan ergeren dat God in de tekst voorkomt zal ik natuurlijk ook niet overtuigen met mijn tweede keuze: Gebed voor het Vaderland (Heer, laat het prinsenvolk...). Ook hier is de aansluiting met de prinsenvlag nochtans perfect. Een licht bezwaar heb ik overigens zelf: de tekst is mij te pessimistisch.

Dan maar over naar nummer drie: Het lied der Vlamingen, waarin de Bovengenoemde niét genoemd wordt, maar Geus en Klauwaart wel. Emmanuel Hiel (tekst) en Peter Benoit (muziek) waren uitgesproken vrijzinnig, dus dat zit goed. Ook goed zit, dat de melodie begint als het Wilhelmus, en dat strofe drie aanheft met O Nederland, wat blijkbaar het heilig vaderland is waar de tekst het over heeft. We zochten toch iets orangistisch, nietwaar. Hieronder tekst en muziek, al was het maar voor de correcte tekst: in de tweede strofe hebben Geus en Klauwaart inderdaad de kop der vreemden verplet. Het gaat hier uiteraard—maar dat had u al begrepen—om historische slechte vreemden, niet om de goede vreemden van vandaag, die zo vriendelijk zijn ons massaal komen verrijken.



*

P.S. Hieronder, aan de linkerkant, de oudste bekende afbeelding van het oranje-blanje-bleu, gedateerd 2 december 1575, in het Album Amicorum van Janus Dousa.



Toegevoegd 6 juli 2017. Op blz. 10 van Vivat Willem! onzen koning door Joris De Zutter (DeckerSnoeck 2015) viel mijn oog op deze wapenkaart van de Habsburgse Nederlanden, uit 1612:


Het centrale wapenschild, duidelijk primerend op de zestien andere, is dat van Brabant. Hierdoor voel ik mij sterk genoeg om toch maar eens voorzichtig de prinsenvlag te beladen met enkel de Brabantse leeuw. Ziehier dus een orangistische vlag waaruit alle Vlaamse elementen verdwenen zijn.