23 November 2018

Ho Tunc in de Rozier

De Rozier in Gent is de straat waar de Boekentoren, op de Blandijnberg gebouwd, zijn ingang en dus zijn officieel adres heeft. Het Instituut voor de Wetenschappen, bekend als 'de Plateau' naar zijn adres in de Plateaustraat, komt er achteraan op uit. Op de foto hieronder ziet men de Rozier omstreeks het jaar 1900: rechts de achterkant van 'de Plateau', links de restanten van de proletarische wijk Batavia. Toen ik er in 1966 als kersverse student passeerde waren de trapjes er nog, en dat zou nog een paar jaar zo blijven. Op de foto ontbreekt de Boekentoren nog helemaal.


Anno 1900

Wie vandaag, eind 2018, op dezelfde plaats de Rozier inkijkt ziet vooral een bouwplaats, want de boekentoren is in volle reparatie en ook 'de Plateau' wordt al enkele jaren in zijn authentieke toestand hersteld. Maar over niet al te lange tijd zouden we dit moeten zien:

Anno 2018+
Het strakke blok op de voorgrond staat er wel al, en is al operationeel—ik heb het onder begeleiding bezocht. Het behoort tot de Universiteit, en heet officieel het 'Vandenhove-paviljoen'. De architect Charles Vandenhove heeft persoonlijk de locatie in de schaduw van de Boekentoren uitgekozen om daar een gebouw neer te zetten waar aan de opleiding van architecten gedaan wordt, en waar ook zijn kunstcollectie ondergebracht is om periodiek tentoonstellingen mee te stofferen.

Boven de toegangsdeur viel mij de volgende tekst op, die ook in spiegelbeeld aangebracht is om van beide kanten leesbaar te zijn:


Ik las dus
CUM FINIERIT

HO TUNC INCIPIET

en brak mij het hoofd over HO, een woord dat in het Latijn niet bestaat. Op Facebook schreef ik de dag nadien: "Ik dacht eerst dat 'Ho Tunc' de Vietnamese architect van het gebouw was, maar nu denk ik toch dat het Latijn is". Er kwamen diverse suggesties, maar de cruciale hint kwam van mijn erudiete collega Denis Constales, die in de Vulgata een gelijkbetekenend (niet identiek) vers gevonden had:

Cum consummaverit homo, tunc incipiet
et, cum quieverit, aporiabitur.
(Jezus Sirah 18:6)

in de Statenvertaling:

Wanneer de mens zal hebben voleindigd, dan begint hij
en wanneer hij zal opgehouden hebben, dan zal hem nog ontbreken.

Het gegraveerde 'finierit' betekent gewoon hetzelfde als het bijbelse Latijn 'consummaverit'. De Vulgaat geeft ook voluit HOMO waar in het glas HO staat. Een fout? zo ja, wiens fout?

Ondertussen had ik een architectuurwerk gevonden waarin de bewuste zin ook geciteerd wordt, maar ontdaan van het onbegrijpelijke HO. In de 'Verzamelde opstellen' van Geert Bekaert, Deel 4, komt een artikel voor dat heet De dood bezworen. Hotel Torrentius. Het artikel eindigt met

Cum finierit tunc incipiet,

zonder de toelichting waarop ik gehoopt had. Het 'Hotel Torrentius' is een statige renaissancewoning in Luik, gebouwd in opdracht van Lieven van der Beken alias Laevinus Torrentius, vicaris-generaal van het prinsbisdom Luik en later (na de Spaanse herovering van de stad) bisschop van Antwerpen. Hiermee is de cirkel rond, want het gebouw is zeer vakkundig door Charles Vandenhove gerestaureerd, iets wat hem veel bijval opleverde. Het laatste stukje van de puzzel werd onthuld door collega Bart Verschaffel, die mij deze tekst uit het hotel Torrentius bezorgde, de moedertekst van zijn glazen inscriptie:



Aha! De kalligraaf van deze tekst heeft alles minutieus uitgebalanceerd; let bijvoorbeeld op de punt die de zin beëindigt, en die ook de plaats van een letter inneemt. Omwille van het evenwicht heeft hij de eerste helft van de zin ingekort door HOMO te schrijven als HO, met daarboven een symbool dat de aandacht vestigt op de weglating. (Misschien heeft hij ook daarom 'consummaverit' vervangen door het kortere 'finierit'.) Van dichterbij de afkorting bekijkend zien we dit:


Ik kan in de bovengeschreven tekens niet de weggelaten letters MO herkennen, en beschouw ze dus maar als een kalligrafische variant van de bovengeschreven strepen die wijzen op 'een weglating' in het algemeen. In handschriften vond men de weglatingstekens als volgt boven de woorden (zie hier):


Hiermee is het raadsel HO dus opgelost: men leze HO, afkorting van HOMO. Met de cesuur op de juiste plaats zou men dus in de Rozier behoren te zien:

CUM FINIERIT HO

TUNC INCIPIET .