Gegeven: de rechthoekige driehoek met rechthoekszijden a,b en schuine zijde c.
Links: op de rechthoekszijden a en b worden vierkanten opgericht, waarvan de verlengde zijden een groter vierkant bepalen met zijde a+b. Dit groter vierkant bestaat uit de vierkanten a^2 en b^2, verder nog de oorspronkelijke driehoek D en drie congruente exemplaren daarvan.
Rechts: op de schuine zijde c wordt een vierkant opgericht dat samen met de verlengde rechthoekszijden een groter vierkant bepaalt met zijde a+b. Dit groter vierkant bestaat uit het vierkant c^2, verder nog de oorspronkelijke driehoek D en drie congruente exemplaren daarvan.
Uit de gelijkheid a^2+b^2+4D=c^2+4D volgt dan a^2+b^2=c^2.
In gekleurde gedaante:
De groene, paarse en rode driehoek uit de linkse figuur vindt men rechts getranslateerd terug. Als de linkse en rechtse figuren onder elkaar geplaatst worden overlapt de rode driehoek links met het gele vierkant rechts; de overlapping is uitgevoerd in de mengkleur van beide: oranje.