20 November 2021

Eco - De slinger van Foucault


De slinger van Foucault
verscheen in 1988, in het Nederlands vertaald in 1989. Ik heb het boek nu voor de derde keer gelezen (je krijgt waar voor je geld met deze turf van 650 bladzijden) en kan het onmogelijk als goede literatuur bestempelen. Het is zeer erudiet maar bevat zeer veel ballast en is veel te verward. Wie erin slaagt door de bomen het bos nog te zien kan twee thema's onderscheiden:

  1. er gebeuren soms rare dingen, die zich aan de ratio onttrekken
  2. een creatie van de geest kan soms een werkelijkheid in het leven (lijken te) roepen.

Belangrijk voor de exegese is, dat de Sint-Jansnacht zoals Casaubon hem beschrijft een hallucinatie is. De voormalige kerk van Saint-Martin-des-Champs ligt, met haar koor aan de straatkant, in een drukke wijk van Parijs, vlak bij een metrostation, en het is onmogelijk dat vijftig mensen daar 's nachts ongemerkt aan de slag zijn. (Er zijn nog meer bewijzen.)  



De dood van Belbo aan de slinger behoort tot die hallucinatie, die Casaubon opschrijft nadat hij in Belbo's papieren de informatie over de dubbele slinger gelezen had (zodat meteen het mysterieus anachronisme verdwijnt). Wat er echt met Belbo gebeurd is komt Casaubon misschien te weten in de volgende dagen, maar de lezer niet.

Tot de beste gedeelten van het boek behoren de pompeuze figuur van uitgever Garamond en zijn nep-uitgeverij Manuzio. Beide lijken zó weggelopen te zijn uit Elsschots Lijmen. Buitengewoon inslaand is ook de wending die na 550 bladzijden ontstaat wanneer blijkt dat de z.g. tempeliersboodschap een gewoon boodschappenlijstje is, aangevuld met merde in geheimschrift.

Wie het tweede thema eens op een eenvoudige manier verwerkt wil zien kan Our man in Havana van Graham Greene lezen, uit 1958. Daarin vindt de hoofdfiguur enkele geheimagenten uit die, tot zijn eigen verbazing, gaan interfereren met het echte leven. Wel is Greene, anders dan Eco, zo vriendelijk dat hij zelf de raadselen oplost die hij bij de lezer creëert. (Lees er hier meer over.) 

Hieronder, als aanzet tot een heuse index bij het boek, een lijst van personages. De nummers verwijzen naar de bladzijden in de Nederlandse uitgave, en de hoofdpersonages zijn vetjes gedrukt.


Eigennamen


27. Diotallevi: medewerker van uitgever Garamond, kaballist.

27: Gudrun (77): secretaresse van uitgever Garamond.

27. Jacopo Belbo: medewerker van uitgever Garamond.

27. Lia, geliefde van Casaubon.

27. Pilade: uitbater van café.

27. Casaubon: student filosofie, later medewerker van uitgever Garamond. Door Lia “Pim” (in de NL vertaling “Poef”) genoemd

28. De Angelis, politiecommissaris die de verdwijning van Ardenti onderzoekt.

29. Lorenza Pellegrini (228, 298): afstandelijke Platonische geliefde van Belbo, door Agliè “Sophia” genoemd.

46. Riccardo (305): kunstschilder, minnaar van Lorenza.

49. oom Carlo Corvasso (300, 303): familielid van Belbo.

92. Dolores: cafékennis van Belbo.

114. Sandra (238): kennis, misschien geliefde, van Belbo.

115. dr. Wagner (235,618): linkse psychoanalyticus.

122. Amparo: Braziliaanse geliefde van Casaubon, linkse militante. 

124. kolonel Ardenti (ook: 159 kapitein Arcoveggi en 160 Fassotti): ex-militair, in het bezit van een document in 1894 gevonden door Ingolf.

143. Wladimir Rakoskij (158,456,571): bezoeker van Ardenti de nacht van diens verdwijning.

172. Brambilla: directeur van Milanese esoterische club Picatrix.

180. graaf Agliè: gedistingeerde erudiet die laat doorschemeren de graaf van Saint-Germain met-de-vele-levens te zijn, door Lorenza “Simon” (298) genoemd.

 208. professor Bramanti (285,595): esoterische sekteleider.

231. A. Salon: dierenopzetter, buurman van Casaubon.

238. Cecilia (338). Platonische jeugdliefde van Belbo.

246. Garamond: Milanese uitgever, ook eigenaar van parallelle uitgeverij Manuzio.

247. mevrouw Grazia: secretaresse van Garamond.

248. commandeur De Gubernatis: dichter op zoek naar uitgever.

249. De Ambrosiis: “vriend”, misschien enkel virtueel, van Garamond.

253. Luciano: expediteur bij Garamond.

263. De Amicis: auteur uitgegeven door Manuzio.

275. professor Camestres: esoterisch figuur.

285. Pierre (349, 599): invloedrijk satanistisch leider.

286. Monsieur Gros: esoterische figuur.

286. Boutroux: esoterische figuur.

286. Madame Olcott (582): esoterische figuur, leidster van “Le petit Cirque de l’Incroyable”.

300. Tante Caterina: familie van Belbo.

300. Adelino Canepa: buurman van oom Carlo.

302. Terzi (303 sergeant Rebaudengo): partizaan uit Belbo’s jeugd.

303. Don Tico: leider van de fanfare uit Belbo’s jeugd.

338. Papi: saxofonist uit Belbo’s jeugd.

339. Annibale Cantalamessa: leeftijdgenoot van Belbo in zijn jeugd.

339. Pio Bo: leeftijdgenoot van Belbo in zijn jeugd.

458. Giulio. Zoontje van Casaubon en Lia.

571. Ragotgky: regelt de huur van Agliè’s huis.

582. Alex: “géant d’Avalon” uit het circus van madame Olcott.

582. Denys: “géant d’Avalon” uit het circus van madame Olcott.

582. Theo Fox, “enlumineur de l’Ectoplasme” uit het circus van madame Olcott.

582. Leo Fox, “enlumineur de l’Ectoplasme” uit het circus van madame Olcott.

582. Geo Fox, “enlumineur de l’Ectoplasme” uit het circus van madame Olcott.

638. Ras: antifascistische aanvoerder uit Belbo’s jeugd.

639. Rampini: lid van de fanfare uit Belbo’s jeugd.

*