28 October 2020

De borstrokken van de Sint Vincentius Vereniging

 


Bomans:

Later werd ik lid van de Sint Vincentius Vereniging. (...)

Onze huisbezoeken vielen dus op zaterdag. Ik trad, als mijnheer Schaap met zijn toespraak klaar was, discreet naar voren. Het was dan mijn beurt. Ik legde de gaven fijntjes op een rand van de tafel en trad weer een schrede achterwaarts. Hiermee was mijn rol uitgespeeld. Ik gaf altijd hetzelfde: een bon 'kruidenierswaren' ter waarde van een gulden en een borstrok. Dit laatste behoeft wellicht enige toelichting. Een dame had onze vereniging op haar sterfbed vijfhonderd borstrokken gelegateerd en daar moesten we doorheen. In het begin werd nog wel eens gevraagd: 'Hebt u misschien een borstrok nodig?', maar omdat al spoedig bleek dat wij met deze methode niet merkbaar vorderden, werd de borstrok gewoon verstrekt. Er was ook een partij onderbroeken bij, maar hiervan waren er slechts honderd en de bedeelde kon deze dan ook weigeren. Het afwijzen van de borstrok echter stond niet vrij, de confrères overhandigden die gewoon en op de dinsdagavond werd hun op het hart gedrukt hierover ook niet in discussie te treden. 'Een borstrok is altijd welkom,' stelde de voorzitter vastberaden vast.

Wij hadden ook een 'magazijnmeester' en deze beheerde het magazijn. Men moet zich daar niet te veel van voorstellen. Het was gewoon een hangkast in het St.-Josephpatronaat en daarin werden de kledingstukken bewaard, die door meer gefortuneerde parochianen waren afgedragen. Onze magazijnmeester hield elke vrijdagavond 'zitting' van zeven tot acht. Het was een klein mannetje, nog geen twintig jaar lid en door protectie tot deze post opgeklommen, want hij was een halfbroer van de pastoor. Hij heette Postma. Kwam er nu iemand om een paar schoenen, dan liet Postma de man geduldig uitpraten. 'Zeker,' zei hij dan en haalde een borstrok uit de kast, 'en wat denkt u hiervan?' Deze oplossing van het probleem bracht hij zo overtuigend, dat de mensen er peinzend mee naar huis gingen, ofschoon ze wel voelden dat er ergens iets mis moest zijn. Pas in 1938, toen het duidelijk werd dat we op die manier nooit door kwamen, werd de hele partij verloot ten bate van de missie op Madagascar.

(uit Pro Ecclesia, 16 september 1967. Godfried Bomans, Werken IV, 675-678)